Categorieën
Frankrijk

Le Jour de la Joyeuse Entrée

Foto: Eetschrijver

Wij hebben dit niet met elke datum, maar van zondag 14 januari 2018 weten wij nog precies wat wij die avond gegeten hebben. Het was memorabel om heel andere redenen dan waarom onze maaltijden soms memorabel zijn. We moeten er nog altijd om lachen.

48 uur eerder waren we nog ingezetenen geweest van Nederland. We hadden amper een paar uur eerder ons huis, dat we zo onverwacht snel verkocht hadden gekregen, overgedragen aan de nieuwe eigenaars en zaten in het restaurant van een hotel in het schilderachtige Almere te eten. Kip geloof ik, maar we waren allebei te moe om daar nog veel van te weten. De iets te luide achtergrondmuziek verdroegen we ook maar amper.

We wilden eigenlijk maar één ding: goed slapen, om de volgende dag met een tot op de laatste kubieke centimeter volgestouwde Eetschrijverscabriolet richting Frankrijk te vertrekken, naar de tijdelijke woning in het département de la Creuse die we hadden gehuurd omdat de verkoop van onze Nederlandse woning evenveel sneller was gegaan dan we hadden gedacht als de aankoop van ons Franse huis vertraagd was. Dat ging wel eind maart worden, of misschien zelfs wel april (spoiler: het werd uiteindelijk medio mei, wat nog een heel gedoe gaf, maar daarover een andere keer).

De eerste etappe was de mooie stad Orléans (beslist een aanrader), Parijs voorbij, waar we een kamer hadden gereserveerd in een hotel met een afgesloten eigen parkeergarage. Dat hadden we van te voren heel bewust zo geregeld, want in onze auto zou alles zitten waar we drie maanden lang niet buiten konden. Die mocht dus niet ergens geparkeerd staan waar hij aanlokkelijke buit vormde.

Een Eetschrijverscabriolet is minder ruim dan je zou denken, dat bleek de volgende ochtend eens te meer. Dat hadden we zo nog niet helder omdat we alles in twee keer naar het hotel hadden vervoerd. Hoe we ook pasten en maten, één grote doos kon er met geen mogelijkheid meer in. In die doos zaten onze skipakken en skischoenen. Tja, als je dan toch in de winter naar Frankrijk trekt, kun je net zo goed eens een weekendje de skipiste op, toch? Dat ging dus niet door. Snel reden we nog even terug naar ons oude adres, waar een buur zo vriendelijk was de doos even voor ons te bewaren tot we weer een keer in Nederland waren (spoiler: we hebben de doos inmiddels opgehaald, maar dat skiën is er nog altijd niet van gekomen en de doos is tot op heden niet uitgepakt. Zo zie je maar.)

Wat ook bleek, is dat Orléans verder is dan je denkt, vooral wanneer je door gedoe met overtollige dozen veel te laat vertrekt en vooral wanneer de Boulevard Périphérique van Parijs de dag van jouw passage heeft uitgezocht voor een paar extra ongevallen, waardoor je er urenlang muurvast zit. Gelukkig had de chauffeur nabij Compiègne (wat overigens al voordat wij er stopten een historische plaats was) goede koffie gehad.

Foto: Eetschrijver

Uiteindelijk reden we na 40 uur subjectieve tijd (ruim tien uur objectief) rijden volkomen uitgeput voor bij het hotel met de originele naam Hôtel d’Orléans. Het was rond halfnegen ’s avonds. We waren moe, maar we hadden ook honger en keken uit naar onze eerste maaltijd als inwoners van Frankrijk.

We checkten snel in (voor belangstellenden: ja, het hotel, heel centraal in de stad gelegen, is een aanrader) en gingen op zoek naar een eetgelegenheid. 200 meter van het hotel vonden we een restaurant met de vrolijk stemmende naam Heureux comme Alexandre. Avez-vous een tafeltje? Ja, maar niet tout de suite. Als we na tien uur terugkwamen, lukte het wel. Gingen we nog iets anders zoeken? Nee. We besloten het extra uurtje te gebruiken om feestelijk champagne te gaan drinken in Bar Brasserie Le Barok (ja, ook een aanrader). Een bijzonder vriendelijke Fransman (veel andere hebben wij er in tegenstelling tot wat in Nederland doorgaans gedacht wordt in drie jaar niet ontmoet) zag mij klungelen met een selfie en wilde ons wel even behulpzaam zijn.

Foto: Français inconnu

Bij Heureux comme Alexandre eet je vooral kaasfondue. Daar zijn wij, zoals volgers op Twitter weten, dol op. Wij maakten voor het eerst kennis met kaasfondue met eekhoorntjesbrood (een gerecht dat wij sindsdien enthousiast in ons eigen repertoire hebben opgenomen) en dompelden gezellig tot we er echt te moe voor waren. Gelukkig was toen ook de fondue op. Overigens is ook dit restaurant een aanrader.

Foto: Eetschrijver

De volgende dag was een volgende dag. We hadden uitstekend geslapen en puik ontbeten in de gezellige ontbijtzaal van het hotel en hadden ruim de tijd om ons nog even te vertreden en de kathedraal van Orléans te gaan bekijken. We hadden overigens ook nog ruim tijd om iets te eten in te slaan, maar dat deden we niet (spoiler: daar zouden we nog spijt van krijgen).

Naar het piepkleine gehuchtje Issoudun-Létreix (niet te verwarren met de wat noordelijker gelegen forse stad Issoudun) waar ons tijdelijke onderkomen stond, bleek het zelfs bij maximaal teuten slechts een goede drie uur rijden. We hadden er om vier uur afgesproken met onze huisbaas. We waren er om halfvier en uit de auto die de laatste acht kilometer achter ons had gereden stapte onze huisbaas. Wij vonden dat prima timing maar de goede Fabrice niet: die was helemaal ontdaan dat hij nu niet even de tijd had gehad om de haard vast aan te steken en de luiken te openen. Hij bleek ook verder overigens een erg fijne huisbaas.

Hij leidde ons op zijn gemak rond, liet ons zien hoe alles werkte en drukte ons op het hart hem vooral meteen te bellen als er iets was (toen het drie weken later ineens flink sneeuwde belde hij om halfnegen ’s morgens al heel bezorgd: of we er nog wel uit konden en of hij ons niet wat boodschappen moest komen brengen of zo, zie bovenstaande opmerking over de vriendelijke volksaard). We tekenden papieren, betaalden de huur vooruit en namen afscheid. O, wacht, nog één ding: waar konden we iets eten? Huh? Nergens natuurlijk. Het is immers zondag!

Nou, daar zaten we dan, in een gehuchtje au milieu de nulle part. Er wonen daar 300 mensen en als er op een dag vijftien auto’s langs rijden, is het extreem druk. Het was donker–en dat is in deze streek écht aardedonker–en we waren alweer best moe. En het ergste: het enige dat er te eten in huis was, was de gâteau creusois, een overigens bijzonder smakelijk hazelnoottaartje, die wij bij wijze van welkom van Fabrice hadden gekregen.

Gelukkig is er Google. Dat wist ons te vertellen dat in het provinciestadje Ahun, elf kilometer verderop, een crêperie open was. Oui! Sauvés! Spoorslags daarheen!

Dat Google niet per definitie te vertrouwen is, ontdekten we een dik kwartier slingerweggetjes rijden later. Potdicht was het eethuisje, sterker, het hele stadje was donker en leek uitgestorven. Behalve–ja, daar uit die zijstraat kwam licht. Daar moest iets open zijn. En inderdaad: daar stond een Tunesische meneer vanuit een kar kebab te verkopen. En zo was, luttele uren nadat wij ons inwoners van Frankrijk mochten noemen, onze eerste afhaalmaaltijd een feit.

De kebab was hooguit redelijk en de frietjes waren tegen de tijd dat we weer in de Gîte de la Table Ronde (aanrader!) terug waren afgekoeld en slap. Ze vulden de maag, laten we het daarop houden. Vanavond gaan wij in elk geval ter viering van le Jour de la Joyeuse Entrée een stuk beter eten: het menu “Retour de Marché” van het restaurant Le Ranch des Lacs (aanrader!). Dat het dit jaar noodgedwongen een afhaalmaaltijd wordt, is gezien het gedenkmoment alleen maar passend.

Doneren

Alles op eetschrijver.nl is en blijft gratis toegankelijk. Geen premium-artikelen of andere paywall-toestanden. Natuurlijk kost het schrijven me wel tijd en het online houden van de website ook wat geld. Vond je dit item leuk of nuttig, dan vind ik het dus fijn als je dat waardeert met een financiële bijdrage.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *